Vogeltelling Vlaanderen en Nederland

Het totale aantal vogels tellen in je tuin, dat lukt natuurlijk niet. Vogels hebben hun specifieke voedselzones, die verschillen naargelang het uur van de dag. Elke telling is dus een momentopname. Dat weerhoudt er heel wat Vlamingen en Nederlanders echter niet van om mee tuinvogels te tellen tijdens de jaarlijkse weekends van Natuurpunt Vlaanderen en Vogelbescherming Nederland.

In Vlaanderen telde in 2019 alvast een recordaantal Vlamingen mee tijdens Het Grote Vogelweekend van Natuurpunt Vlaanderen: 36.488 mensen. Aan de Nationale Tuinvogeltelling 2019 van Vogelbescherming Nederland namen dan weer 77.316 vogelliefhebbers deel.

Hoeveel vogels tellen onze tuinen?

Jammer genoeg spotten de deelnemers veel minder vogels dan vroeger, toch zeker in Vlaanderen. Gemiddeld werden er in 2019 24 vogels per tuin geteld. Dat is wel iets beter dan in 2018, toen de deelnemers er gemiddeld 23 telden. Niet zolang geleden waren dat er echter nog meer dan 40.

We moeten dus dringend iets terugdoen voor onze vogels, met bijvoorbeeld nestkastjes en voedsel. Want het menselijke ingrijpen in de natuur en leefomgeving is duidelijk een van de grote oorzaken van de teruglopende aantallen. Door onze invloed op het milieu, de nettere leefomgeving en de efficiëntere bouwstijlen vinden vogels minder voedsel, schuil- en broedplaatsen. Ook het gebruik van pesticiden in de tuin en op de akkers helpt de vogels niet.

Welke vogels tellen we het meest?

In Vlaanderen veroverde de vink de eerste plaats. Niet dat er abnormaal hoge aantallen vinken werden geteld, maar het waren er wel gevoelig meer dan tijdens de vorige editie. Vinken waren in 64% van de Vlaamse tuinen aanwezig. In 2011 lag dat percentage nog op 78%, maar hun aantal zegt niets over hun status. Heel wat zaken spelen immers een rol: hoeveel vinken zakten af naar onze streken, en vinden ze hier genoeg voedsel voor een lang verblijf? Moeten ze de tuinen opzoeken voor voeding, wegens vorst en sneeuw? Dat was het geval net voor het Grote Vogelweekend 2019 in Vlaanderen.

Op de tweede plaats stond in de Vlaanderen de kauw, aanwezig in 42% van de tuinen. Die blijft het goed doen in Vlaanderen, in tegenstelling tot de afnemende trend in Nederland. Sommige tellers vinden de kauw zelfs te overweldigend en te succesvol, maar uit onderzoek blijkt dat de kauw geen rechtstreekse bedreiging vormt voor andere soorten. Het klopt dat een grote groep kauwen zich op een voederplaats vaak meester maakt van het voedsel, ten nadele van de kleine soorten. Maar dat los je op door voer anders aan te bieden, bijvoorbeeld in vetbollen. Kleine soorten bescherm je ook met natuurlijk ingerichte tuinen, die veel beschutting bieden door bomen en struiken.

Huismussen in nood

In Nederland staat de huismus op het hoogste schavot, gevolgd door de koolmees op twee en de vink op drie. Maar in Vlaanderen moet de huismus het voor het eerst sinds 2013 met brons stellen. Het aantal tuinen waarin de soort gezien wordt, neemt ook stelselmatig af: 51% in 2017, 46% in 2018 en nog maar 45% dit jaar. Onze steden worden immers steeds sterieler en huismussen vinden almaar minder broedplaatsen. Wil je hen helpen? Voorzie dan in schuilplaatsen: een dichte haagbeuk, een muur vol klimop ...

Vullen de top-10 in Vlaanderen verder aan, van vier naar tien: de koolmees, houtduif, pimpelmees, Turkse tortel, merel, spreeuw en ekster. In Nederland ziet de rest van de top-10 er anders uit, van vier naar tien: merel, pimpelmees, kauw, Turkse tortel, houtduif, roodborst en ekster.

Tags in dit artikel

Tips & weetjes

Gerelateerde artikelen

community

Word lid van onze community

  • Leuke beloningen
  • Unieke ideeën, tips en tricks
  • Gratis samples en kortingsbonnen
  • Nieuwe producten testen